donderdag 4 januari 2018

Twee kralen en een stukje plastic



Soms schrijf je niets omdat er niets gebeurd, andere momenten is je leven ineens zo vol dat je niet meer weet wat je op moet schrijven. Niet alles kun je delen met iedereen en als het leven heel vol is, dan is het lastig om te weten waar de grenzen liggen. En verder was het ook gewoon december. Donker en druk.  

Maar het was wel een heel bijzondere maand. Ik haalde mijn tweede Gilwellkraal op in een besneeuwd Brabants bos. Een stukje hout van niks, maar mensen wat ben ik er trots op! Die cursus was een van de mooiste dingen die ik ooit gedaan heb. Maar niet een van de makkelijkste…
Een paar dagen later hing ik die kralen om mijn nek en stapte ik voor de laatste keer in een lesauto, reed naar het CBR, ruilde mijn instructeur in voor een examinator en ging een half uurtje door de stad rijden. En nu heb ik een rijbewijs. Ik! Ik… De allereerste column die ik ooit voor Kerk in Stad schreef ging over het feit dat je mij niet moet vragen waarom ik niet autorijd. En nu doe ik het wel……………

Soms schrijf je niet over dingen omdat ze zo groot zijn dat je ze niet helemaal kan bevatten. Autorijden is zo’n ding en Gilwell was dat ook. Maar uiteindelijk was wat ik in die lesauto en in de Ardennen geleerd heb, dezelfde les.  Wees je eigen leider. Welkom in mijn auto, ik stuur, ik ben de baas.

Die les maakte bijvoorbeeld dat feedback ineens makkelijker aanvaardbaar werd. Ik realiseerde me dat ik er ook niet naar kan  luisteren. Het betekende ook dat ik, toen ik na 10 minuten rijexamen een stuuringreep kreeg van mijn examinator die met een supervisor achterin zijn eerste examen afnam, kon denken: “Dank je wel dat je me veilig hield, het was niet nodig ik had ook gezien dat een lul me rechts inhaalde”. En toen bleef autorijden. 

Dus daar stond ik eind 2017 met mijn woodbadge om mijn nek in een deprimerend CBR zaaltje aan tafeltje 2 te kijken naar een man die zijn hand uitstak en gefeliciteerd zei. Het duurde even voordat ik begreep wat hij bedoelde…. 

Benieuwd wat er in 2018 gaat gebeuren! 

donderdag 30 november 2017

Sint wie? Sint Pannekoek!!



Ik had altijd een beetje medelijden met Amerikanen. Die een maand voor Kerst nog een uitgebreid familiediner moeten verzorgen. Dat is toch veel te dicht bij elkaar? Natuurlijk is november wel een maand waarin het handig is om je dankbaarheid even wat bewuster aan te zitten maar toch een extra feestdag zo dicht op een andere feestdag. Waarom zou je dat doen.
Nou ik ben er achter. Dat doe je omdat je het anders nooit doet. Ik bakte gisteren met een vriendin 60 pannenkoeken om 12 mensen (waarvan 7 pubers) van eten te voorzien. Het was namelijk Sint Pannekoek en dan eten wij pannenkoeken. Toegegeven de traditie is pas een jaar oud maar het feit dat het dit jaar maar 3 dagen voor ons sinterklaasfeest viel, was geen reden om er nu weer mee te kappen.
Als Jan Kruis ooit bedacht had dat hij een officiële feestdag aan het verzinnen was had ie vast nooit voor 29 november gekozen maar het gaat zo als het gaat en feestdagen heb je niet te kiezen. En als hij dat stripje niet geschreven had, hadden wij vast niet spontaan vorig jaar met een grote groep pannenkoeken gegeten. En zeker niet dit jaar weer. En het is zo’n cadeautje. Zoon en twee van zijn beste vrienden, hun ouders (die onze vrienden zijn) en de 2 jongsten die ook weer vrienden zijn en de 2 op de middelbare school bij gevonden vriendinnen die er naadloos inpassen.  En dan hadden we zeker niet een Sint Pannekoekappgroep (met onze puberkinderen en hun vrienden!) gehad waar van de week minstens 500 berichten met emoticonrebussen voorbij kwamen. Het gaat nergens over èn daarom is het zo leuk! 

En natuurlijk kun je zomaar spontaan besluiten op een doordeweekse dag om voor een groep leuke mensen pannenkoeken te bakken maar laten we eerlijk zijn: Dat doe je niet en daarom is een feestdag zo handig! Dus ziet hem alvast op je kalender 29 november 2018 is het weer Sint Pannekoek!!!!

zondag 5 november 2017

Perspectief

November ondertussen. Wintertijd ook nog en ik moet er nog steeds voor werken. Voor een beetje licht, lucht en blijheid. Ik vind het zo makkelijk om alles op zijn somberst te zien en met een beetje mist tussen mij en de rest van de wereld is de neiging om mezelf als een egeltje op te rollen en in maart wakker te worden vrij groot. (Vorige week zag ik een egeltje in de berm liggen. Opgekruld maar op zijn rug met zijn buik en gezichtje zichtbaar. Steenkoud en morsdood. Verloren van een auto, denk ik. Nu iedere keer als mijn winterslaapdromen bovenkomen zie ik dat dode egeltje. Dat doet mijn hoofd in november).

Maar met lichtlamp, zelfreflectie en vitamine D-tabletjes kan ik wel vrij goed bedenken wat ik aan het doen ben. Dus kies ik regelmatig tegen mijn instincten in voor het vrolijkere perspectief. Vorige week maandag maakte ik wat foto's van mijn ochtend en toen ik terugkeek zag ik ineens dat ik dit principe mooi geïllustreerd had:
 Maandag begon ik de dag met een lekke band (en een vieze vloer omdat ik de vorige dag die klote band ook al geplakt had met b-merk solutie). Vervolgens goot het van de regen toen ik met de hond liep en was ik zeiknat. Allemaal waar...........




 
Maar

deze foto's zijn van dezelfde ochtend. Maar dat moet ik natuurlijk wel willen zien.........





woensdag 11 oktober 2017

Licht, leben en liefde

Dat zijn de eerste vier woorden van Daniël Loheus prachtige lied: Aordig doen tegen mensen die niet aordig doen (want die benn aordigheid 't hardste neudig. Harder as wij).

Dat licht is voor mij wel een retebelangrijke voorwaarde. Zonder ben ik al vrij snel iemand die niet aordig doet. Het is nu oktober en het licht is uit. Marieke gaat dan vrij snel ook uit. Op slot. Opgekruld in een hoekje. Ik doe mijn best. Zet mijn lichtlamp aan, draai blije muziek, blijf contact leggen, probeer me niet lens te eten, slik mijn vitamientjes. Maar het blijft behelpen. Sinds ik dit een beetje van mezelf snap, probeer ik de zon niet alleen te vangen in mijn weckvoorraad maar ook in mijn foto-opslag. Om naar te staren als ik het nodig heb. Vandaag heb ik het nodig. De belofte dat ooit het licht weer aan gaat...   









dinsdag 26 september 2017

Oogsten, da’s hard werken!




Ik houd van analogieën, metaforen, fabels, parabels en gelijkenissen. Ik houd van kleine, simpele verhaaltjes die je kunt gebruiken om woorden te geven aan lastige, complexe verhalen. Verhalen die je nog niet goed kunt vertellen, omdat je ze nog niet uitgeleefd hebt. Ze maken het soms net wat eenvoudiger om te zien wat je wilt doen. Om te zien wat je probleem nu echt is.
Dus toen ik zo’n anderhalf jaar geleden besloot dat ik wat moest veranderen in hoe ik leefde, ging ik op zoek naar zo’n verhaaltje. Naar een simpel zinnetje om aan te geven wat ik wilde.
Ik wil weer bloeien zei ik. Veel helderder dan het vage: Er moet iets anders in mijn leven maar wat?- gevoel waar het uit voort kwam. Ik bedoel, nu hoefde ik alleen maar uit te zoeken waar ik van ga bloeien. Dus dat deed ik. Ik probeerde dingen, deed eens dapper, deed eens raar. En langzaam maar zeker dacht ik: Hè ik bloei? Ik herontdekte mezelf als best ok. Ik herinnerde me dat ik schreef. En ik dacht: wat nu? 

Het mooie van metaforen is dat, als je eenmaal een goede te pakken hebt, je zo door kan pakken. Wat komt erna bloeien? Vruchtdragen! Ik schreef en ik verdiende weer met schrijven. Ik kreeg mooie ideeën en dacht: Kijk daar zijn de vruchten. 

Dus nu moet ik oogsten.
En nu wordt het grappig want het is natuurlijk niet toevallig dat ik een groei en bloei metafoor pak. Er bloeit hier weleens wat en veel daarvan zet vrucht en we zitten hier midden in de oogst. Al weken. En oogsten, dat is keihard werken.  Ik slingerde honing, maakte pruimensaus, pruimenlikeur pruimenjam, gele kornoeljesaus, bramenjam, frambozenazijn en appelchutney. We plukten druiven voor de eerste lading druivensiroop van dit jaar en de eerste herfststorm donderde een lading appels uit de boom. Ik weckte mijn eerste appelmoes dus wat vroeg dit jaar èn wat laat op de avond. 

Ondertussen haalden we 50 kilo appels van de boom en 58 kilo stoofperen. Daar moet dus iets mee. We zetten een druiven- en een appelwijn op. Momenteel roer ik de most dagelijks en de weckketel pruttelt op de eerste stoofperen. Want als de aarde je overvloedig vruchten geeft, probeer je er iets mee te doen. De echt slechte appels waren dit jaar voor de composthoop. We hebben gave genoeg. Plukken en selecteren dus. Wat zijn nu de echt mooie vruchten? Welke moeten nu en welke kunnen liggen? Welke houd ik zelf en welke geef ik weg? Welke vruchten laat ik gisten, welke eet ik zo.

 Mijn rechterwijsvinger is gekleurd en eeltig van het peertjesschillen en het hele huis ruikt naar kerst. Oogsten is hard werken en het ontregelt de dagelijkse dingen behoorlijk.  Maar het is de moeite meer dan waard. Wat een goede waarschuwing is, nu ik ideeën ga oogsten.
Ik houd van gelijkenissen. Ik leer er altijd van. Zelfs als ik ze zelf verzin.