woensdag 11 oktober 2017

Licht, leben en liefde

Dat zijn de eerste vier woorden van Daniël Loheus prachtige lied: Aordig doen tegen mensen die niet aordig doen (want die benn aordigheid 't hardste neudig. Harder as wij).

Dat licht is voor mij wel een retebelangrijke voorwaarde. Zonder ben ik al vrij snel iemand die niet aordig doet. Het is nu oktober en het licht is uit. Marieke gaat dan vrij snel ook uit. Op slot. Opgekruld in een hoekje. Ik doe mijn best. Zet mijn lichtlamp aan, draai blije muziek, blijf contact leggen, probeer me niet lens te eten, slik mijn vitamientjes. Maar het blijft behelpen. Sinds ik dit een beetje van mezelf snap, probeer ik de zon niet alleen te vangen in mijn weckvoorraad maar ook in mijn foto-opslag. Om naar te staren als ik het nodig heb. Vandaag heb ik het nodig. De belofte dat ooit het licht weer aan gaat...   









dinsdag 26 september 2017

Oogsten, da’s hard werken!




Ik houd van analogieën, metaforen, fabels, parabels en gelijkenissen. Ik houd van kleine, simpele verhaaltjes die je kunt gebruiken om woorden te geven aan lastige, complexe verhalen. Verhalen die je nog niet goed kunt vertellen, omdat je ze nog niet uitgeleefd hebt. Ze maken het soms net wat eenvoudiger om te zien wat je wilt doen. Om te zien wat je probleem nu echt is.
Dus toen ik zo’n anderhalf jaar geleden besloot dat ik wat moest veranderen in hoe ik leefde, ging ik op zoek naar zo’n verhaaltje. Naar een simpel zinnetje om aan te geven wat ik wilde.
Ik wil weer bloeien zei ik. Veel helderder dan het vage: Er moet iets anders in mijn leven maar wat?- gevoel waar het uit voort kwam. Ik bedoel, nu hoefde ik alleen maar uit te zoeken waar ik van ga bloeien. Dus dat deed ik. Ik probeerde dingen, deed eens dapper, deed eens raar. En langzaam maar zeker dacht ik: Hè ik bloei? Ik herontdekte mezelf als best ok. Ik herinnerde me dat ik schreef. En ik dacht: wat nu? 

Het mooie van metaforen is dat, als je eenmaal een goede te pakken hebt, je zo door kan pakken. Wat komt erna bloeien? Vruchtdragen! Ik schreef en ik verdiende weer met schrijven. Ik kreeg mooie ideeën en dacht: Kijk daar zijn de vruchten. 

Dus nu moet ik oogsten.
En nu wordt het grappig want het is natuurlijk niet toevallig dat ik een groei en bloei metafoor pak. Er bloeit hier weleens wat en veel daarvan zet vrucht en we zitten hier midden in de oogst. Al weken. En oogsten, dat is keihard werken.  Ik slingerde honing, maakte pruimensaus, pruimenlikeur pruimenjam, gele kornoeljesaus, bramenjam, frambozenazijn en appelchutney. We plukten druiven voor de eerste lading druivensiroop van dit jaar en de eerste herfststorm donderde een lading appels uit de boom. Ik weckte mijn eerste appelmoes dus wat vroeg dit jaar èn wat laat op de avond. 

Ondertussen haalden we 50 kilo appels van de boom en 58 kilo stoofperen. Daar moet dus iets mee. We zetten een druiven- en een appelwijn op. Momenteel roer ik de most dagelijks en de weckketel pruttelt op de eerste stoofperen. Want als de aarde je overvloedig vruchten geeft, probeer je er iets mee te doen. De echt slechte appels waren dit jaar voor de composthoop. We hebben gave genoeg. Plukken en selecteren dus. Wat zijn nu de echt mooie vruchten? Welke moeten nu en welke kunnen liggen? Welke houd ik zelf en welke geef ik weg? Welke vruchten laat ik gisten, welke eet ik zo.

 Mijn rechterwijsvinger is gekleurd en eeltig van het peertjesschillen en het hele huis ruikt naar kerst. Oogsten is hard werken en het ontregelt de dagelijkse dingen behoorlijk.  Maar het is de moeite meer dan waard. Wat een goede waarschuwing is, nu ik ideeën ga oogsten.
Ik houd van gelijkenissen. Ik leer er altijd van. Zelfs als ik ze zelf verzin.



dinsdag 19 september 2017

Ambities: een vervolg

Op 2 juni schreef ik hier over mijn bijenambities. Ik had net mijn 2e kast geschilderd. Een week later maakte ik een aflegger die ik naar een tweede standplaats verhuisde. Ik was leuk op weg naar mijn einddoel: 5 kasten op 3 plekken.

Voor dit jaar was ik met 2 kasten op 2 plekken al ontzettend trots en tevreden. Het zette mijn ambitie aan en dat stuk deelde ik dus ook op LinkedIn want dat is tenslotte een plek voor ambities.  Veel mensen lazen het en er gebeurde geen rampen. Ambities kun je best delen, was mijn conclusie.

Twee weken later ging ik het volk in kast 1 controleren en ontdekte ik dat het met ambities ook ineens heel hard kan gaan. Ik had een zwerm onderaan de kast hangen. Mijn broedaflegger had niet genoeg onrust veroorzaakt en mijn koningin had alsnog besloten te vertrekken. Ik moest een zwerm scheppen en ik had 3 volken (en maar 2 kasten!).   Een hoop onhandig gepruts verder (er heeft zich prachtige haagwinde uitgezaaid onder mijn kast en daar hingen de bijen in) had ik een zwermpje in mijn 6 ramer. Ik fietste er mee naar standplaats 2 (mini-ambitie van de bucket-list) waar ik hem met water in de schaduw 3 dagen dicht wegzette tot de oriëntatie op de oude plek weg was. Het werd onverwacht 30 graden en ik was niet in Stad. Gevolg: meer verlies dan ik gehoopt had. Mijn kleine zwermpje was nu een heel klein zwermpje. Uitgebouwde raat erbij, beetje extra voer en het beste er van hopen.
 

Kast gekocht, kast geschilderd en natuurlijk een nummer 3 gekocht. Ergens tijdens het schilderen waaide die weg. Bijen op hoop van zegen overgezet en het zette niet aan. Weinig vlucht, zwarte bijen, heel weinig straten bezet?  Op vakantie verzon ik talloze scenario's en mogelijke oplossingen. Roof (waarom ben ik ook vergeten de vliegspleet te verkleinen)? Varroa? Een virus?. Moet ik ze ruimen? (Het hoort erbij maar dat had ik nou niet op mijn lijstje: 'wat ik nog eens zou willen doen' gezet.) Het nam bijna de trots op de eerste eigen geslingerde honing weg!

Thuis van vakantie met angst in het hart die kast open. En wat zag ik? Een levendig prachtig volk. Ruim groot genoeg om in te winteren! Op de terugweg ben ik meteen langs de bouwmarkt gefietst. Ik had een cijfer 3 nodig.

Dus met 3 volken op 2 plekken ga ik de winter in en in die winter ga ik babbelen over een 3e plek en een Sun Hive vlechten, gewoon omdat het kan!

Gaat nu alles goed bij dat imkeren? Nee, zo werkt dat niet in het leven. Net als bij elke ambitie loopt het wel eens anders.



Maar na een weekje
had ik mijn gezicht weer terug....  

dinsdag 5 september 2017

September!


Zo, het is september. Januari met mooier weer. Maand van nieuwe starts en lege schriften. Ik ben dol op september, maar deze september werkt even niet mee. School begon pas weer in september, dus de routine is ver te zoeken. De dochter start vandaag in de brugklas, dus de spanning giert door het huis. Ik ben allemaal geweldig leuke dingen begonnen voor de vakantie, heb ze 4 weken geleden ontspannen uit mijn handen laten vallen en weet even niet hoe ik al die ballen weer in de lucht ga gooien. En betrap me wel op het befaamde "leeg schrift"- gevoel. Zin om iets nieuws te starten! Er rinkelen alarmbellen versierd met rode vlaggen. Ik kijk omhoog en zie dat de lucht leeg is, maar dat komt omdat alle ballen die ik geacht wordt hoog te houden nog door elkaar op de grond liggen. Dus schrijf ik maar een blogje. Een nieuwe start op een leeg scherm, zonder enorme consequenties voor mijn agenda…

zaterdag 24 juni 2017

Vroeger




Ik heb net een volstrekt onwetenschappelijk onderzoek gedaan. Ik typte in google de zin: “De maatschappij van tegenwoordig is”. Vervolgens las ik in de zoekresultaten hoe mensen die zin afmaken.  Je zou er spontaan depressief van worden. Ik vond klaagzangen over: de vergaande individualisering, het feit dat mensen niet meer met elkaar praten. Dat alles veel te prestatiegericht is, de watjesmaatschappij, en dat mensen te veel keuzes moeten maken. 

Kortom er is niet verandert in de wereld de afgelopen eeuwen. Vroeger was nog steeds alles beter. Denken we. Ik vraag het me steeds serieuzer af. In het boek dat ik op dit moment voor mijn theologische leesclubje aan het lezen ben, is veel zorg over de ethische implicaties van nieuwe technologie. Hoe ver gaan we met ivf? Met het uitbannen van ziektes. De zorg wordt gedeeld in mijn omgeving en natuurlijk wil ik ook dat we daarover nadenken.

Maar was het vroeger beter? Was de maatschappij zorgzamer voor een imbeciel kind dat 150 jaar geleden geboren werd dan voor een kind met een verstandelijke beperking dat nu geboren wordt? Ik waag het te betwijfelen. Al realiseer ik me ook dat de vergelijking met een kind dat nu niet geboren wordt eigenlijk niet te maken is.

In de kranten lees ik heel veel zorg over de zorg voor onze ouderen. In de verpleeghuizen heerst kommer en kwel en de zorg is beneden alle peil. Maar ik zie dat (gelukkig!) helemaal niet in het verpleeghuis waar mijn schoonmoeder woont. Ik zie verzorgenden die met empathie proberen het zo prettig mogelijk te maken voor bewoners. Die haar meenemen naar de markt en zelfs naar het zwembad. Mijn moeder heeft 40 jaar in de bejaardenzorg gewerkt en hier durf ik stellig te beweren: vroeger was de bejaardenzorg niet beter!

Soms is het heel duidelijk wanneer de romantiek het overneemt van de historische correctheid. Toen Sybrand Buma in het RTL-verkiezingsdebat meldde dat hij bang was dat de rechten die de vrouw in Nederland al 1000 jaar had door de Islam in het geding kwamen, was ik niet de enige die zich in zijn kop koffie verslikte. Soms is het subtieler. Het is zo verleidelijk om te denken dat wij moderne mensen veel meer last hebben van ongevraagde reclame-uitingen. Maar in het kookboek dat ik net uit de boedel van mijn schoonouders gered heb uit 1959 vliegt de productplacement je om de oren.

Weet je wat ik denk? Vroeger lijkt beter omdat je nu weet hoe het afgelopen is. Dat is wat er spannend is aan onze maatschappij. Dat we niet weten waar het naar toe gaat. Dat is een van de angstigste dingen. Voor iedereen die leeft, wanneer ook.  Ooit schreef ik het levensverhaal van een mevrouw die, terwijl ze over de hongerwinter vertelde, zei: Het ergste aan oorlog is iets dat ik je niet kan uitleggen. Iets dat je niet kan meevoelen. Je moet het je maar proberen voor te stellen: We wisten niet hoe het af zou lopen. We wisten niet of we nog een winter zouden moeten of nog twee.”

Het niet weten is eng aan oorlog maar is ook eng aan het leven. Achteraf is het simpeler. Dus wil je terug naar toen. Maar zo werkt de tijd niet. Je draait de maatschappij niet terug, het leven niet terug en ongetwijfeld kijken mijn achterkleinkinderen terug op deze tijd en denken: maar het was zo duidelijk toen hoe het moest. Want zij hebben op school geleerd of in de wereld gezien hoe het afliep. Met de ethische dillema’s, met privacy grenzen, met het milieu vermoedelijk. Dus laten we in onze keuzes nu niet te veel terugkijken, maar juist vooruit. Laten we hopen dat de burgers van de toekomst geldige redenen hebben om te denken: Leefde ik maar in het begin van de eeuw toen maakten ze de juiste keuzes…  

Deze column verscheen eerder in Kerk in Stad nummer 12, jaargang 18.