dinsdag 16 juli 2013

Kerk in Stad column in licht verbeterde versie ;)


En weer een vakantiecolumn. Ik maakte namelijk afgelopen week een van de beste reizen van mijn leven. Objectief gezien stelde het misschien niet zo veel voor. Ik vloog een nachtje naar Londen heen en weer. Subjectief gezien was het een Big Deal. Ik ging namelijk helemaal alleen. Van te voren ontdekte ik dat dit bij anderen een van twee reacties oproept. “Wow, dat wil ik ook” of “Wilde er niemand met je mee?”
Ik had alleen op vakantie al lang heel hoog staan op mijn lijst van dingen die ik ooit wil doen (samen met onder andere vis leren fileren en een keer een preken in de kerk) en deze keer viel alles samen. Op een avond waarop ik veel te laat naar bed ging (omdat eindelijk zelfs de cavia gestopt was met zeuren en ik genoot van de stilte) zag ik op twitter dat Brene Brown naar the School of Life in Londen kwam (Londen is mijn stad, Brene Brown is een van mijn helden en the School of Life fascineert me in hoge mate). Dus ik ging alleen op reis en het was nog beter dan ik verwacht had.
Nu moet ik echt op mijn lip bijten om u niet te gaan vertellen wat ik allemaal deed of naliet. Ik ben er namelijk van overtuigd dat ik de perfecte Londentrip had samengesteld.
Maar het punt is, dat is niet zo. Het is mijn meest perfecte trip en dat maakt alleen reizen zo fantastisch. Je doet waar jij behoefte aan hebt en dat voedt de ziel op een spectaculaire manier. Ik zag kunst die me veranderde, ik sprak met mensen die een leven leiden dat totaal verschillend is van het mijne en met wie ik toch even echt contact had. Ik wandelde uren door een ander leven. 's Avonds stond ik in de meest Engelse rij ooit. (500 mensen op de stoep met een glaasje witte wijn in de hand) en toen ik eenmaal binnen was deed ik mee aan de ademhalingsoefeningen van de Choir with No Name een Engels koor van dak- en thuislozen (Wie mij een beetje kent, kan waarschijnlijk wel raden dat dit ook een Big Deal was). We zongen There is something inside so strong en dat paste naadloos in mijn trip.
Dat was het doel van alleen reizen. Het doel van even een stapje uit mijn dagelijkse leven.
Even mijn kern voelen en voeden. Heel diep de hele wereld inademen en me onderdeel voelen van een groter geheel dan mijn gezin. Wat je soms vindt in een dienst of in een museum. Soms moeiteloos, soms moet je er voor werken. En je hoeft er natuurlijk niet voor naar Londen. (Al zou ik dat, als het kan zeker aanbevelen) maar je kunt er ook een uurtje even uitstappen en in de zomer is het zo veel makkelijker. Ga een uurtje Helmantel kijken in de Martini. Kijk kunst in de Der Aa-kerk, ga naar Het Groninger Museum. Doe je dagelijkse boodschappen eens in de Aziatische supermarkt aan de Korreweg. Doe een stadswandeling in je eigen stad. Koop een andere krant dan je gewend ben. Zet de televisie een dagje uit en ga tekenen (juist als je denkt dat je dat niet kunt. Zoek een orgelconcert in de agenda van dit blad en luister. Of als je echt de deur niet uit wil. Google Brene Brown en luister naar haar TEDtalk (of luister naar zo maar een TEDtalk). Voedt je ziel, het leven wordt er beter van!

Deze column verscheen eerder in Kerk in Stad nr 14 die verscheen op 12 juli 2013

woensdag 10 juli 2013

Something inside so strong



Vorige week woensdag heb ik iets opmerkelijks gedaan, ik heb gezongen. Zonder me al te erg druk te maken over hoe het klonk. Ik heb meer aandacht besteed aan hoe het voelde.
Ik deed vorige week woensdag nog meer opmerkelijks. Ik stapte moederziel alleen in een vliegtuig, bezocht een museum in mijn eentje en liep door mijn absolute lievelingsstad met maar 1 ding op mijn to do lijst. 19.00 Conway Hall, sermon on courage by Brene Brown. En als ik nu terugkijk op die dag springt toch het zingen er boven uit. Ik zing namelijk niet.
Ik vind het lastig toon te houden en dat betekende dat ik bij het zingen op de basisschool altijd beducht moest zijn op de meester. Hij had de neiging door de klas te lopen en bij een onzuiverheid hard op de tafel te slaat en stop te roepen. Ook had hij de neiging met bordenwissers te gooien als iets hem niet aanstond. Zingen was voor mij nooit geheel stressvrij. Ik zong dus niet. Ik heb nooit veel begrepen van alle lyrische commentaren op de prachtige liederen die er in kerkdiensten gezongen worden. Zingen is namelijk niet een activiteit waarin ik me verlies. Er zijn een paar liederen die ik goed genoeg ken om met enige vreugde te zingen. Toen ik zo'n nummer wilde zingen bij de doop van mijn dochter zei de dominee: 'He bah, zo'n simpel jubel geval..”
Au. De angst om te zingen zit diep. Zo diep dat toen ik als student logopedie nodig had voor beginnende stemknobbels ik 10 sessies extra nodig had voor ik de simpele nazingoefeningetjes durfde te doen die de logopedist nodig vond. Als ik mijn mond open deed kwam er gewoon geen geluid uit. De kinderen hebben me, zoals kinderen dat doen over een groot deel van de drempel geholpen. Wij zingen en we doen gek maar muziek op schoot was helaas op een dag dat ik verhinderd was. Wat jammer nu.
En toen vond ik mezelf op de 3e rij in Conway Hall om te luisteren naar de seculiere preek die daar georganiseerd wordt door The School of Life. Schaamteonderzoekster (en persoonlijke held van mij) Brene Brown spreekt over moed. Er liggen orden van diensten op de stoelen.
Met twee hymnes aan de binnenkant. Oké, daar had ik niet op gerekend. Er is een koor ook. Op het moment dat de koordirigent zich tot de zaal richt, zie ik dat ik inde problemen zit. Deze man gaat ook ons dirigeren, met heel veel enthousiasme. En deze man legt uit dat The Choir With No Name een koor is voor mensen die te maken hebben met dakloosheid. Er staan hier dus straks daklozen te zingen, mensen die veel meer excuses hebben om niet te zingen dan ik.
Ik kan niet meedoen. Maar ik heb toch niet helemaal een vliegtuig genomen om hier over moed te horen om nu af te haken? Dan kan ik net zo goed naar huis. Ik besluit te zingen....
De dirigent richt zich tot te zaal met de mededeling dat we eerst ademhalingsoefeningen gaan doen..
Do the biggest yawn you've ever done and sing OEEEEEEEE..
En ik liet het over mee heenkomen en toen zette het koor in:

Something inside so strong
I know that I can make it
Though you’re doing me wrong, so wrong
You thought that my pride was gone
Oh no, there's something inside so strong
Oh oh oh oh oh oh
Something inside so strong

The more you refuse to hear my voice
The louder I will sing


En hoe luider ik zong, hoe meer ik het geloofde:

Brothers and sisters
When they insist we’re just not good enough
Well we know better
Just look ‘em in the eyes and say
We're gonna do it anyway
We're gonna do it anyway
We're gonna do it anyway
We're gonna do it anyway
Because there’s

Something inside so strong


vrijdag 21 juni 2013

Achtendertig

Vroeger blogde ik veel en dat is nu geweldig leuk, want daardoor herinner ik me deze verjaardag veel beter en genoot ik dus extra van mijn topverjaardag vandaag. Want dat is de tegenhanger om mijn lief recht te doen moet ik dus nu ook bloggen. Hij heeft me enorm verrast vandaag, met geweldige cadeaus die niet op mijn lijstje stonden. Nog even terug komen met gebak voor de koffie en een lekker etentje met de kinders. TOP verjaardag! 

P.S. Ook toen deugde hij al

dinsdag 11 juni 2013

Take that, Jet

Het is duidelijk dat ik geen èchte journalist meer ben. Ik ga namelijk over Jet Bussemaker schrijven en de waan van de dag is al 38 rellen verder. Ik kon niet eerder over Jet Bussemaker schrijven omdat Jet mij terug naar mijn aanrecht gestuurd had. En ik ben gegaan.
Ik geloof dat ik daar zelf nog het meest geschokt door ben. Ik weet dat politici de neiging hebben om domme dingen te zeggen over dingen waar ze geen invloed op hebben omdat dat blijkbaar makkelijker is dan intelligente beslissingen nemen over dingen waar je wel invloed op hebt. In het verleden reageerde ik daar vaak op de dag zelf nog op. Zie hier bijvoorbeeld de onzin die de vorige minister van onderwijs uitkraamde.
En toch werd ik enorm geraakt toen mevrouw Bussemaker zei dat ik me moest schamen voor het feit dat ik op dit moment bijzonder weinig werk. Of eigenlijk vooral door de reacties daarop. Want ineens was iedereen het ermee eens en vertelde het aan mij. Blijkbaar lijk ik zo weinig op een op de zak van haar man terende vrouw dat ik vanzelf had moeten begrijpen dat het niet over mij ging maar over andere luxepoppetjes. Zelfs mijn krant zei dat het natuurlijk wel waar was dat ik mijn waarde moest bijdragen aan de maatschappij. Dus als vrijwillige gastvrouw in het CJG draag ik niets van waarde bij, wanneer ik allochtone vrouwen fietsles geef niet en het is ook beetje sneu om je kinderen zelf van school te willen halen. Nu vind ik zelf die dingen waardevol en houden manlief en ik het al 23 jaar samen uit en heeft mevr. Busssemaker niets te maken met hoe wij het hier thuis geregeld hebben. Ik wil me helemaal niet verdedigen want de aanval is de beste verdediging. En ik ben goed in de persoonlijke aanval, maar ik wil dat niet. Dus moest ik op mijn vingers zitten toen iemand op een een online forum zei dat zij ook altijd vier dagen gewerkt had en dan moest je gewoon goeie afspraken maken en een ouder op ouder af schema hanteren en ze was er zo blij mee na de scheiding... Het is zo makkelijk om te typen dat als je wat vaker thuis geweest was, je misschien niet gescheiden was. Het is makkelijk en fout. Ik kan namelijk net zo min oordelen over haar situatie als zij dat kan over de mijne.
Dus ik heb ook niet gewezen op het feit dat 80 % van de werkende ouders bij ons op het schoolplein teert op de tijd van hun ouders. Ik heb alleen in mezelf gegrinnikt toen een vooraanstaand journaliste tweette dat ze het probleem van werkende ouders niet zag want kinderen zaten toch de hele dag op school. En ik heb zelfs mijn mond gehouden toen ik, voor vrijwilligerswerk op bezoek was bij een ambtenaar van de gemeente die me met droge ogen vertelde dat hij in Groningen eigenlijk helemaal de weg niet wist en de wijken niet kende want hij woonde tenslotte in Friesland. Hij draagt iets van waarde bij omdat iemand hem betaald? Mij lijkt het eerlijk gezegd teren op de zak van de overheid en dus op ons aller zak. (Oeps nu schrijf ik het toch maar toen heb ik, met moeite, mijn mond gehouden, echt waar).
Ik ben lamgeslagen in een hoekje van mijn moestuin mijn wonden gaan likken. En heb me afgevraagd waarom dit nu zo zeer doet. En de reden is natuurlijk dat ik niet helemaal tevreden ben momenteel. Ik wil weer meer meedraaien en zou best graag weer een betaalde baan willen. En die vind ik even niet. Mijn eigen stomme rotschuld volgens mevrouw Bussemaker en misschien heeft ze daar wel gelijk in. Maar wie is zij dat ze daar iets van moet vinden? Als ik nu een baan onder mijn niveau aanneem vanwege het risico dat ik in een echtscheiding beland, neem ik een baan aan die anders vermoedelijk vervuld zou kunnen worden door iemand die op zijn eigen niveau werkt en nu misschien wel al een uitkering heeft. Zou dat nu een betere bijdrage leveren aan de wereld dan vrijwillige klussen doen waar mijn persoonlijkheid en mijn talent wel tot zijn recht komen? Ik heb besloten om in de tijd dat ik nu thuis ben te proberen juist zo veel mogelijk bij te dragen aan de maatschappij en te blijven groeien en ontwikkelen en ik haalde juist uit mijn vrijwillige bijdrage aan die maatschappij veel voldoening en de broodnodige eigenwaarde. En toen zei de minister dat ik me moest schamen en dat deed ik.
Tot ik me herinnerde dat ik juist in het persoonlijke groeiplan heel veel tijd genomen om te leren over schaamte en dat als Minister Bussemaker een half uurtje van haar tijd besteed had aan het zien van deze Tedtalk, ze geweten had dat je nooit iemands gedrag kan veranderen door hem te beschamen. En vervolgens heb ik mijn hoofd geheven en mijzelf een schouderklopje gegeven omdat mevrouw Braafhart los het plein rondfietst. Take that, Jet!

vrijdag 12 oktober 2012

Het duurt effe maar dan krijg je ook wat!

Ik mocht weer een column schrijven!


Roze golfballen

Oktober is niet alleen kindermaand, wetenmaand, woonmaand en kinderboekenmaand. Het is ook koop-roze-rotzooi-maand. Dit doe je om je er bewust van te worden dat borstkanker bestaat. Ik heb daar geen roze agenda, roze armband of roze golfballen voor nodig. Deze maand ging ik met een vriendin voor onderzoek mee naar het ziekenhuis en vierde ik de verjaardag van een andere vriendin ín datzelfde ziekenhuis. Reden: borstkanker. Dus je hoeft mij niet te vertellen dat borstkanker bestaat. Ik wist het al en velen van u zullen ook treffendere voorbeelden hebben dan een roze metalen speldje.
En toch, toen ik op zoek was naar een telefoon heb ik er ook wel eens een gekocht met een roze hangertje eraan, omdat ik best iets nuttigs wilde doen tegen borstkanker. Onderzoek kost geld toch? Tot vorig jaar bekend gemaakt werd, dat dat dat geld helemaal niet uitgegeven werd en wat er uitgegeven werd, veelal niet werd uitgegeven aan onderzoek. Pink Ribbon probeerde dat te weerleggen en overtuigde mij niet. Een van de argumenten was dat het geld werd uitgegeven aan bewustwording. Ja dan is het doel al bereikt als je de golfballen verkoopt, dan hoef je met dat geld niet ook nog eens wat te doen. De kranten stonden er vol mee, de televisie sprak er schande van en twitter ontplofte.
Een jaar later is het weer oktober en verkoopt Pink Ribbon opnieuw roze armbandjes. Met de tietenrace (voor awareness) zijn ze gestopt. “Dat was een beetje plat”: zei de nieuwe directeur in Nieuwsuur van afgelopen maart. Op de site van Pink Ribbon vertellen ze me blij dat ze al jaren geld uitgeven aan wetenschappelijk onderzoek naar borstkanker. Twitter staat dit jaar vol met mensen die iets moois schreven in het Pink Ribbon tijdschrift Aandacht. En ik vraag me af, zouden al die mensen nu gezegd hebben: 'leg me dan eens uit waar dat geld naar toe gaat dan?' En zouden ze dan een bevredigend antwoord gehoord hebben? Dan zou ik dat wel eens willen horen. Ik heb slechts kritiek en tot op het bot verdeelde patiëntengroepen gevonden, maar niet een helder eenduidig antwoord dat mij vertrouwen geeft in Pink Ribbon. Nu heb ik geen diepgaande onderzoeksjournalistiek bedreven, ik heb me meer gedragen als een kritische consument uit de doelgroep van Pink Ribbon en dat ben ik ook.
Wat me verbaasd is dat ook anderen Pink Ribbon dit jaar blijmoedig links laten liggen. Vorig jaar geen krant die er niet over schreef en niemand die nu denkt: “Hé die roze rommel ligt er weer, laat ik eens in de cijfers duiken.” Zou Pink Ribbon gelijk hebben? Is er awareness nodig. Is de impact van borstkanker in zo veel levens niet interessant genoeg? Is een roze agenda per definitie zo truttig dat je er geen nieuws van kan maken? Ook niet als die agenda zo veel geld opbrengt dat naar fundamenteel onderzoek zou kunnen gaan. En we kopen het allemaal weer. Op dat het ons niet gebeurt. Dat realiseerde ik me ineens. Pink Ribbon verkoopt geen bewustzijn, Pink Ribbon verkoopt aflaten. Als ik maar genoeg roze meuk koop gaat deze beker aan mij voorbij. Gouden handel. Wanneer ik me dat realiseerde? Toen ergens online een patiënt schreef: “Weet je, de facebookvrienden die hun hele pagina met roze lintjes behangen, zijn nooit de mensen die hier een pan soep komen brengen. Dus mijn advies. Wil je iets doen tegen borstkanker: kook soep!

Deze column verscheen eerder in Kerk in Stad van 12-10-2012

vrijdag 22 juni 2012

Bloemetjesvest


Ik heb zojuist de online voorpagina van Elle bekeken. Het gaat over de Viktor en Rolf bugaboo en celebtwitpics. Even ter verduidelijking: Een bugaboo is een kinderwagen, Viktor en Rolf zijn modeontwerpers en celebtwitpics zijn foto's die beroemdheden op twitter hebben gezet.
Verder komt aan bod: het beste beachhair (haar voor naar het strand) en de ultieme boxclutch (dat is een tas in de vorm van een brillenkoker zonder handvat of schouderband zodat je hem vast moet houden).
Het boeit me werkelijk niet en dat is spijtig, want blijkbaar is dit info die mij zou helpen het glazen plafond te breken. Hoofdredactrice Cécile Narinx van Elle kreeg twee weken geleden van de Volkskrant alle gelegenheid om in de beste traditie van de vrouw en van de Volkskrant eens even flink uit te halen naar andere vrouwen.
Vrouwen die van gezellige spulletjes houden. Spullen met roze bloemetjes erop en theepotten met vrolijke tekeningen. Infantiele spullen aldus Narinx.
Ik had dit hele pamflet gemist als de redactie van Trouw er niet op prachtig ironische wijze aandacht aan gegeven had dit weekend.
Trouw herhaalt in haar korte berichten een vermaning dat we echt het Flow vakantieschrijfboek niet mogen kopen van de Volkskrant. Omdat: “we hier niet verder komen met dat glazen plafond als vrouwen weigeren volwassen te worden.” En dan verderop in hetzelfde Trouwmagazine een spread over een barbecue voor binnen met als kop:”Goed nieuws voor mannen: er zit een knopje aan”.
En in een hoekje een stukje over een kraanopzetstuk waarmee je een straal water omhoog kan laten spuiten. “Officieel is het om water te kunnen drinken, maar alle kinderen en hun vaders weten beter. Een man blijft altijd een kind.”
Dus zo staat het er voor met het feminisme. Als ik een bloemetjesslinger aan mijn fiets hang, een paar cupcakes bak of een agenda heb met een vogeltje erop, dan kan ik niet intelligent zijn omdat ik weiger op te groeien. Maar als ik een man ben dan kan ik blijmoedig 's ochtends een miljoenendeal sluiten en 's middags met een barbecue een waterfontein of een raceauto gaan spelen en niemand vindt dat gek.
Mannen nemen spelen serieus en vrouwen beginnen dat eindelijk ook te leren. Narinx speelt zo serieus dat ze vergeet dat ze speelt. De auteur van het boek “Geluk is een jurk” besteedt serieus geld aan dingen die er niet toe doen. Viktor en Rolf's bugaboo kost 700 euro meer dan een gewone en de goedkoopste boxclutch in Elle meer dan 200 euro. Narinx, verantwoordelijk voor deze redactionele keuzes, zegt in de Volkskrant dat we smaakvolle ambachtelijke dingen moeten kopen en zo blijkt haar feministische sneer gewoon een staaltje ouderwetse klassenstrijd. Spelen mag alleen voor vrouwen die geld genoeg hebben. Een theepot van Blond is infantiel, een clutch van Dolce en Gabbana is te cute. En als we dan toch bij Dolce en Gabanna zijn kunnen we meteen de nieuwe miniatuurversie van hun aanschaffen voor dochter (. Veel volwassener dan cupcakes bakken met mama of waterspuiten met pap, toch?
De vrolijke bloemetjesslinger aan menig damesfiets doet Narinx zich afvragen of we hiervoor onze bh verbrand hebben. Dat lijkt me wel. Als ik na 100 jaar feminisme nog door vrouwen op de vingers getikt word, als ik de verkeerde theepot op tafel heb staan dan hebben we nog een lange weg te gaan. Aan de andere kant, wat weet ik nu van het leven? Ik type dit in een roze bloemetjesvest, gekocht in de uitverkoop.

Deze column verscheen eerder op 22 juni 2012 in Kerk in Stad

dinsdag 19 juni 2012

Waarom vaderdag belangrijk is en dus niet gevierd zou moeten worden




Op 16 juni 2002 vierde mijn lief zijn eerste vaderdag. In het ziekenhuis op de afdeling neonatologie. Onze reus deed het nog niet goed. Zelf hadden we die vaderdag pas in de gaten toen we een prachtig voetafdrukje in zoons wiegje ontwaarde. Zijn afdruk was ongeveer 2 keer zo groot als die van alle premature kindjes om ons heen. Man keek in dat wiegje pakte dat kaartje en draaide zijn gezicht naar de muur om in stilte wat tranen te laten. Net als alle vaders om hem heen. De jaren daarna was vaderdag een heel stuk normaler. We vieren dat met ontbijt, een praktisch cadeau gekocht door moeder (dit jaar een nieuwe fietstas omdat de oude stuk was) en zelfgemaakte knutsels. Meestal doet dochter ook nog even een optreden.
Nou krijgen wij veel knutsels. De kinderen houden van knutselen en van ons en dat resulteert in veel mooie werken. Zoon begint er uit te groeien maar ontwikkelt de gave echt mooie gemeende complimenten te geven en dat is ook leuk. En ontbijten dat kunnen we ook best zo maar doen.
Kortom vaderdag hoeft eigenlijk voor ons niet zo. Wij genieten elke dag van onze kinderen.
En juist daarom vieren we het. Want vaderdag niet zo belangrijk vinden is een luxe die je je kan veroorloven als je praktiserend vader bent en je ouders nog leven.
Vaderdag is een heel stuk lastiger als het leven niet zo gaat als je het gewild zou hebben. In mijn eigen leven zie ik mensen die ziekenhuis in en uit lopen om vader te worden, mensen wiens kind overleden is, kinderen wiens vader overleden is en die nu op school fijn mee moeten knutselen. Kinderen wiens vader niet geïnteresseerd is in vaderschap. Vaders die hun kinderen niet zien. Mensen met een kinderwens en zonder partner. Mensen met een kinderwens en een partner zonder kinderwens. Mensen die zeker weten dat dit de laatste vaderdag van hun vader is. Mensen die ieder jaar hun vader weer missen.
En dan zou ik tegen die mensen moeten zeggen. Nee joh wij vieren vaderdag niet, want wij vinden dat commerciële onzin? Het is commerciële onzin, maar niet mee kunnen doen aan commerciële onzin doet ook zeer. Sterker nog het verdriet dat deze dag ieder jaar weer veroorzaakt, weegt op geen enkele manier op tegen de lol die ouders ervan hebben. Wij boffen iedere dag!
Dus wij vierden vaderdag met door de kinderen gerolde croissantjes uit een plofblik omdat het een dag is die niet zou moeten bestaan, maar die je niet kunt negeren.

P.S. Mijn spellingchecker wil vaderdag met een hoofdletter schrijven. Wij vieren het wel maar er zijn natuurlijk grenzen....