maandag 11 januari 2016

Orde!

Het bericht dat u nu leest, is geschreven door een nieuw mens. Marieke 2.0. De verbeterde versie! Yep, ik heb goede voornemens gemaakt. Stapels. Dus alles wordt beter! Nee, echt...
Ik ga niet vertellen dat goede voornemens allemaal onzin zijn, ik geloof echt dat ik mezelf kan verbeteren. Echt! Dat ik er ongeveer in januari mee begon is wel min of meer per ongeluk. Ik las ergens in november eindelijk The Happinessproject van Gretchen Rubin en dat is een van die boeken die een onmiddellijk 'Dat wil ik ook effect' genereren. Dus 1 januari startte mijn geluksproject. Iedere maand ga ik aan de slag met een stukje leven waarin ik denk dat het een ietsjepietsje beter kan. Deze maand orde en structuur. Terug naar jaarplannen, maandplannen, weekplannen en vaste routines. Die werken voor mij namelijk. Over het algemeen. De grote voornemens. Vasthouden aan mijn dagtakenlijstje voor het huis, dagelijks schrijven (dacht je dat ik zomaar weer was gaan bloggen), het maken van een bovengenoemde plannen en een stevige opruimactie in huis. Heel makkelijk want het is in Januari ook the Januari Cure van Apartment Therapy die ik al jaren probeer te volgen (Ja, ik houd van zelfhulpprojecten en zelfs van realitytelevisie!).
Volgens de wetten van televisiedrama, die die wetten ook maar uit het dagelijks leven gejat hebben, viel de hele wereld letterlijk stil zodra ik ook maar gedacht had aan meer geordend leven. Na de kerstvakantie gingen ze weer naar school en werk. De eerste normale week sinds begin oktober (we gingen naar Amerika, mijn lief vloog door naar Antarctica en bleef daar lang en toen was het kerstvakantie). Mijn behoefte aan orde en structuur was nog nooit zo hoog en dus ijzelde het zo hard dat de kinderen hier voor de deur konden schaatsten en 3 dagen vrij van school waren! Het huis werd viezer, mijn plannen voor de week grinnikte naar me vanuit een stoffig hoekje.
Maar door die plannen wist ik in ieder geval wàt ik niet deed dus we gaan met frisse moed verder. Nog een half uurtje schrijven en dan de keukenkastjes! Tot morgen.

zaterdag 5 september 2015

Vreugde

Morgen is het 1 september. Dat maakt vandaag een soort oudjaar. September is de maand van nieuwe plannen, goede voornemens, lege schriften waarin je deze keer wel heel mooi gaat schrijven. De kinderen zijn al 2 weken naar school maar met margedagen en noodroosterweken was de structuur en regelmaat nog ver te zoeken. Deze week is alles normaal, fris en vers. Nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden.
Natuurlijk is het onzin. Maar het is wel onzin waar ik aan gehecht ben. Ik houd van januari, van september en zelfs heel erg van maandag. Het zijn alledaagse echo's van het paasevangelie. Een nieuwe kans, zelfs voor mij.
Ik houd van het idee overnieuw te mogen beginnen maar ik weet dat het leven gewoon doorgaat. Toen ik gisteren de gezinskalender van augustus naar september omsloeg, waren de blaadjes gewoon vol. Feestjes, doktersbezoeken, ouderavonden, leesclubbijeenkomsten, interviews, zakenreizen. De wereld begon niet opnieuw. Niet in het klein en niet in het groot. Duizenden vluchtelingen onderweg naar veiligheid lopen gewoon door (als ze geluk hebben). Wie voor 1 september aan de chemo hing, knapt morgen niet meteen op.
Mijn huis aan de oppervlakte enigszins toonbaar gemaakt heeft nog steeds overal, in een lange vakantie ontstane, stapeltjes met daartussen nog een klein vleugje strand.
Daar verandert een nieuw schooljaar niks aan. Wat wel verandert is, is mijn behoefte er iets aan te doen. Ik wil overal iets aan doen, ook aan vluchtelingenstromen en kanker, maar dat gaat niet.
Aan die stapeltjes kan ik wel wat doen. Opbergen en een nieuwe plek zoeken voor mijn spullen.   Weggeven wat ik niet meer nodig heb. Ruimte maken voor nieuwe ervaringen, herinneringen en spullen ook.
Makkelijk is het niet, dat wegdoen. Eindeloze methodes zijn er voor. De grootste hype op dit moment komt uit Japan. Van opruimgoeroe Mari Kondo. Ik vermoed dat het niks voor mij is. De kunst in dit boek is je bij alles wat je bezit te vragen: Does it spark joy? Brengt het vreugde? Ik vrees dat bij zo'n vraag de administratie in ronde 1 zou sneuvelen en als groot mens weet ik dat dat niet verstandig is.
Andere opruimboeken heb ik wel. Ik vind het namelijk lastig: keuzes maken in bewaren en wegdoen. Ik ben de enige niet. Nederland kent honderden opruim- en weggooicoaches.
We hebben te veel spullen, omdat je niet weet wanneer je ze nog nodig hebt. Omdat je ze van iemand gekregen hebt en dat dus betekent dat iemand van je houdt. Omdat de buren het ook hebben. Omdat je man een hobby heeft. Omdat je met dit nieuwe ding nu eindelijk een beter leven krijgt. Omdat je ooit te weinig hebt gehad. Spullen bieden veiligheid, zekerheid en liefde.
Ik weet zeker dat ik niet de enige bent die wegdoen moeilijk vind. Ontrommelen is een werkwoord geworden en Marie Kondo verkoopt ook in ons land als een trein.
Wat mij dan zo verbaast,  is dat we blijkbaar denken dat dit alleen voor ons geldt.
Dat wij op cursus gaan om de boekenkast leger te maken en dat we toch denken dat de mannen en vrouwen die nu door Macedonië heen lopen of in Hongarije in een te krappe vrachtwagen kruipen dat voor de lol doen.  Dat Syriërs geen boeken hadden of oude truien. Geen vazen die ze van hun moeder gekregen hadden? Dat het makkelijk was. Dat je alles achterlaat. Niet alleen je spullen, je thuis, maar ook je land, je taal.  Niet alleen de vaas van je ouders maar ook het graf van je ouders.
Die mensen keken om zich heen en er was geen vreugde meer. En geen keus.
Ze lopen door tot september, tot maandag, tot een lege bladzijde.
Als wij nu wat opruimen, wat boeken, lege kantoren en wat xenofobe ideeën, zouden wij dan hun lege ruimte kunnen zijn? Hun kans op een nieuw leven? De handen en voeten aan het Paasevangelie?
Het zou vreugde geven....  
 
 
Deze column verscheen eerder in Kerk in Stad nummer 16,  jaargang 16 

zondag 8 februari 2015

Amerikaanse toestanden

Met een kind op de middelbare school en één stevig in de bovenbouw van de basisschool ben ik uit de kleine kinderen. Ik heb me een jaar of 2 geleden echt moeten afleren om dat te zeggen: “Ik heb jonge kinderen.” Het is namelijk een fantastisch excuus voor alles waar je geen zin in hebt, vergeten bent of wat anderszins verkeerd gaat. De eerste 7 jaar had ik dat excuus ook echt nodig, want ik verbleef vrijwel permanent in een staat van bewustzijnsvernauwende slapeloosheid. De 3 jaar daarna heb ik gewoon nog even genoten van de luxe van een readymade excuus. Net zoals ik als naar een feestje in het westen van het land meestal wel een cadeautje meeneem, maar geniet van het idee dat het niet hoeft. De ontvangende partij zegt immers altijd dat het heel bijzonder is dat je er bent, dat het al een cadeautje is dat je er bent en stelt je vervolgens aan het hele gezelschap voor als Marieke-die-helemaal-uit-Groningen gekomen is.
Soms merk je ineens heel sterk dat je in een andere fase belandt bent. Zoals van de zomer toen ik met een ouder bij jongste uit de klas opfietste en ze me heel serieus vroeg: “Hoe ga je dat nu doen volgend jaar? Als je er een naar de binnenstad moet brengen en een naar Beijum?” Terwijl ik op mijn wang beet om niet heel hard te lachen, vertelde ik, dat brugklassers toch echt zelf naar school fietsen. En dat we dat met jongste ook al hard aan het oefenen zijn. Een van de kenmerken van de jonge-kinderen-fase is natuurlijk dat je je niet kan voorstellen dat het ooit veranderd. Haar vraag vatte ik dan ook zo op. Want Nederlandse kinderen reizen in principe zelfstandig naar de middelbare school toch? Vanochtend twijfelde ik ineens. Ik las dat in Texas weer een moeder gearresteerd was omdat ze haar kinderen na oefening 1500 meter alleen naar school had laten lopen. In Maryland zijn deze maand 5 politieauto's verschenen bij een gezin omdat de buurman de kinderen alleen in de speeltuin gezien had. Amerikaanse toestanden natuurlijk. Maar het vervelende aan Amerikaanse toestanden is dat in een globaliserende wereld de Amerikaanse toestanden zo hier zijn.
Is het een column waard in een tijd waarin de terreurdreiging hoog is en het onbegrip tussen mensen groeit? Ja, want dit gaat over terreurdreiging. Het verschil tussen Amerikaanse ouders en Nederlandse ouders is namelijk dat we minder bang zijn en dat we het belangrijk vinden dat ons kind zelf risico's leert inschatten en zijn eigen fouten mag maken. Wij verwachten niet achter iedere boom een pedofiel en op ieder schoolplein een terrorist. Wij worden gedreven door vertrouwen en niet door angst. Soms zal vertrouwen misplaatst zijn, maar vaak de angst. Dat lijkt me erger want wat je zaait, zal je oogsten. Wie kinderen in en uit angst opvoedt, zal een angstige maatschappij krijgen. Wie met vertrouwen opvoedt, zal een maatschappij creëren gebaseerd op vertrouwen.
Overigens die verwarde man met slagersmessen in de stad vorige week? Die was maar 300 meter en 1 uur bij mijn 12-jarige zoon vandaan. “Wat had je gedaan als je die gezien had?” “Rustig weglopen, geen oogcontact maken en 112 bellen.” Volgende week mag ie weer alleen naar roeien.
In een maatschappij van vertrouwen moet je overigens ook ouders die kinderen niet alleen naar de middelbare school laten gaan met rust laten. Vertrouw die ouders. De meeste weten heel goed wat hun kind nodig heeft. En als je je echt afvraagt waarom ze dat doen of je zorgen maakt? Start een open gesprek. Als buurvrouw, als overheid. Want ingrijpen omdat iemand van onze norm afwijkt? Amerikaanse toestanden.....


Deze column verscheen eerder in Kerk in Stad nummer 3, jaargang 16

zaterdag 15 november 2014

Bed, bad, brood


Vanmorgen om vijf over zeven was ik even heel trots op onze kerk. Vanmorgen om vijf over zeven, werd ik namelijk wakker met het nieuws dat de Raad van Europa Nederland gaat verplichten om ook uitgeprocedeerde asielzoekers van voedsel en onderdak te voorzien. Het verzoek daartoe was ingediend door de Conference of European Churches op verzoek van de Protestantse Kerk in Nederland. En dat niet alleen, terwijl ik de ogen opende en de dag ordende (maandag, om 10 uur een afspraak in Stad, column schrijven, vanavond lampionneninloop op school), knalde een lid van de Protestantse Gemeente Amsterdam, dwars door mijn eerste wereldzorgen heen, mijn ziel in. Ze zei: “Mensen breken hier en ze worden niet meer heel”. In één zin had ze de noodzaak van opvang en de noodzaak van kerkelijke betrokkenheid aangetoond.

De kerk heeft, terecht, een huiver om zich over al te politieke zaken uit te spreken, een kerk is nou eenmaal geen politieke partij. En iedere keer als de kerk zich met vluchtelingenzaken bemoeit, is er discussie over. Moeten we dit doen? Is dit een kerkzaak? Ik zie, terwijl ik deze column schrijf al een aantal heel aardige lezers van dit blad hun hoofd schudden. “Daar heb je Marieke weer met haar linkse hobby's.”
Ik denk dat die mensen ongelijk hebben. Ik denk dat die mevrouw in Amsterdam het helder zag. Er gaan in Nederland op straat mensen stuk. Mensen die vaak al met een flinke barst dit land binnenkwamen. En waar mensen stuk gaan, daar zouden we als kerk van Jezus Christus toch moeten zijn.

Ja, ik schrik er zelf ook een beetje van. Ook voor mij is Gemeente van Jezus Christus normaal gesproken een tekst voor de zondag. Maar een gemeente die op zondag van Jezus Christus is, die is dat op maandag toch ook? En de Jezus Christus waar ik over hoor en over lees en die ik schoorvoetend was een tamelijk cryptisch man. Maar als er één ding is waar hij uitermate helder in is, is het dat we onze naasten moeten dienen, de armen moeten voeden en kleden, dat we gastvrij moeten zijn en dat we daar geen voorwaarden aan hoeven te verbinden. De ander mag er zijn. Zo als wij er mogen zijn. Ook als-ie volgens de wet niet hier mag zijn.

Het aardige van het leven in een Joods Christelijke cultuur is dat deze radicale christelijke waarden behoorlijk algemeen zijn geworden. Je hoeft niet Christelijk te zijn om honger uit te willen bannen bijvoorbeeld. We zijn dit mensenrechten gaan noemen. Europa bedacht die rechten te beschermen met het Europees Sociaal Handvest, een mensenrechtenverdrag dat Nederland in 2004 ondertekende. Het is dit handvest dat Nederland nu volgens het Europees Comité voor Sociale Rechten van de Raad van Europa. Staatssecretaris Teevens commentaar? Het is niet bindend. Wat? Had onze regering collectief de vingers gekruist toen ze het verdrag tekende? Hadden ze gedacht dat we met dit verdrag lekker anderen konden vertellen dat ze het niet goed deden? Dachten ze dat mensen alleen mensen zijn als ze de juiste papieren hebben? Mijnheer Teeven, je bent geen 5 meer!

Je kunt zorgen hebben over de kosten van opvang, de mogelijk aanzuigende werking of de eerlijkheid van opvang. Maar je kunt gebroken mensen niet in de ogen kijken en zeggen dat je eigenlijk voor spek en bonen meedeed in dat hele mensenrechtenverhaal. Daarom ben ik vandaag even heel trots op onze kerk.

Deze column verscheen eerder in Kerk in Stad nr 21 Jaargang 15, die verscheen op 15 november


dinsdag 7 oktober 2014

Beven...

Ik vind van mezelf dat ik best een dromer ben maar vanmiddag ontdekte ik weer dat ik best met beide voeten op de grond sta èn dat ik dientengevolge ook verwacht dat die grond zich normaal gedraagt. Meestal doet die dat ook en dan soms even een paar seconden niet. Als je in h et noorden woont tenminste. Nu we voor stadse begrippen vaak in Noord-Groningen komen, was ik er al langere tijd van doordrongen dat aardbevingen niet grappig zijn, sinds vanmiddag weet ik het zeker. Er is iets diep verontrustend aan het geluid en de beweging van je huis in een beving. Het van de ruit, het zwaaien van de lamp, het klotsen van het water in het aquarium en je eigen lijf dat over bank heen en weer schuift. Het hoort niet.
De adrenaline zakt nu zo langzamerhand uit mijn lijf, maar ik ben nog niet toe aan grappen ontdekte ik zojuist op facebook. Iets dat vrienden van buiten de stad me al eerder verzekerd hadden. En Kamp moet ook nog even zijn mond houden. Bevingen zijn een fact of life. Terrorisme en Ebola ook maar daar maakt onze regering zich terecht zorgen over. Ga rustig slapen, zegt Kamp. Er is geen reden om je zorgen te maken maar ik heb net gevoeld hoe een beving van 2.8 op 3 meter diepte voelt en ik heb besloten: die 5 die wil ik niet meemaken. Het is namelijk echt niet grappig...

dinsdag 9 september 2014

De kerk en de Koning


Hoewel mijn familie ook een prachtig vakantiehuisje aan zee bezit, staat daar slechts een wit houten hekje om heen dat hooguit een paar 100 euro gekost heeft. Ik durf dan ook niet te zeggen dat ik me kan verplaatsen in onze koning.
Daarvoor zijn onze werelden te verschillend. Het scheelt een paar miljoen euro en een hoop meer privacy. Desalniettemin kan ik me levendig voorstellen dat onze koning in het openbaar weinig over zijn geloofsleven spreekt. Dat is namelijk ongelooflijk lastig. En als ik iets zeg, zijn er niet eens miljoenen mensen die daar iets van vinden.
Nu weet ik dat voor veel mensen het geloof iets is dat je van de daken schreeuwen moet. Die mensen stralen een enorme zekerheid uit. Ik heb die zekerheid niet bezeten maar ook nooit begeerd. Voor mij is geloven veel meer een zoektocht, een zoektocht die ik deel met anderen, met mensen die ook twijfelend en aarzelend dezelfde teksten lezen en blijven denken en zingen en ervaren.
Gezien de predikant bij wie de koning belijdenis deed, vermoed ik dat hij een medezoeker is. Dit zoeken naar God is een ongelooflijk persoonlijk proces. Iets dat je kan en moet delen maar wel in wederkerigheid met mensen die je vertrouwt. Zulke mensen zijn enorm waardevol, voor mij en waarschijnlijk zeker voor een koning die vanaf zijn geboorte een beetje van ons allemaal is. Ik kan goed begrijpen dat koning Willem-Alexander dit deel van zijn leven, waarin hij naar ik hoop voeding en inspiratie ontvangt, voor zichzelf houdt.
Ik vind dat eigenlijk zelfs vrij vanzelfsprekend.
De voorzitter van onze kerken vond dat niet. In een interview in NRC Handelsblad melde ze:
“Het is waar: tot nu toe is God niet sterk in zijn toespraken naar voren gekomen, en dat was opvallend. Ieder mens heeft het immers nodig om op een bepaalde manier te wortelen. Dus je gunt het de koning ook dat we kunnen horen hoe dat bij hem is.”
Ik vind het een buitengewoon merkwaardige zin. Ze gunt het hem dat wij dat weten? Op welke manier wordt hij daar beter van? Het is een onhandige uitspraak die ik vooral vervelend vond voor Willem-Alexander zelf. Hij weet als geen ander dat als hij zich uitspreekt het ook niet goed zal zijn. Het zal te licht zijn of te zwaar of andersgelovigen buitensluiten.
Toch bleef dit merkwaardige verhaal me dwars zitten. Vannacht wist ik ook waarom. Het gaat ook over u en over mij en over een merkwaardige blinde vlek van de kerk waar we lid van zijn.
Het nummer van Kerk in Stad dat u nu in handen heeft, gaat naar alle leden van de Protestantse kerk in Groningen die zich zo betrokken voelen dat ze financieel bijdragen aan onze kerk. Dat betekent niet dat u nog wekelijks komt of zelfs dat u zich nog hardop gelovig noemt. Als ik mensen tegenkom die zich zo aan de rand van onze kerk begeven, is er één ding wat altijd ter sprake komt. Het gevoel dat je je moet verontschuldigen en de ervaring en de angst om ter verantwoording geroepen te worden. En waar ik echt dacht dat dit soort bemoeizuchtige bekrompenheid iets van vroeger is, roept nu de voorzitter van onze kerk de koning van ons land op het matje in de krant. Dus even voor de zekerheid: de Protestantse Kerk in Groningen geeft u dit nummer omdat we blij zijn met u bijdrage, omdat we hopen dat wij iets te bieden hebben (het aanbod vindt u in dit blad) en omdat wij zeker weten dat u ons iets te bieden heeft. Kom gerust langs, twijfelen is toegestaan!

Deze column verscheen eerder in Kerk in Stad op 6 september 2014

vrijdag 22 augustus 2014

The Rabbithole


De zomer is voorbij. Hij begon magisch en crashte op een duizelingwekkende manier recht de herfst in. Tussendoor hadden we 6 weken een mooie mix van zeurende kinderen, lange dagen thuis en fantastische dagen op het strand. En ondertussen is alles anders (zoals het altijd anders is, want het leven stagneert nooit, ook als dat wel zo voelt). Deze verandering is echter groter dan de meeste en ook van de buitenkant zichtbaar. Zoon fietst 's ochtends niet meer mee naar de school waar ik de afgelopen 8 jaar met hem naar toe fietste. Hij gaat de stad in, zelf, naar de middelbare school. Hij navigeert boeken, lesroosters, lokalen en nieuwe klasgenoten met een ontroerende mengeling van zelfvertrouwen en angst en beven. Hij wordt groot.

De allereerste dag van de zomer na een week lang afscheid nemen, voor hem maar ook voor mij en alle moeders die me de afgelopen jaren zo vertrouwd geworden waren op dat schoolplein leek me gek. Dus toen er een uitnodiging in mijn mailbox plingde voor een piepklein mindfulnessfestivalletje op het Hoogeland zei ik ja. Gewoon zomaar ja. We zien wel. Eten, wadlopen, we ontdekken het wel. En zo stonden ik en een op het schoolplein gevonden dierbare vriendin op zomaar een zaterdag stil voor het wad. We gingen mindful wadlopen. Dat was ons in de aankondiging enigszins ontgaan maar zo af en toe moet je iets nieuws doen. Het was mooi al moesten we wat giechels onderdrukken, die speciale giechels die horen bij iets doen wat net over het randje van je comfortzone is. Maar we waren stil en stonden stil en zagen, hoorden, roken en proefden de kwelder. En terwijl ik daar stond, bedacht ik me hoe eng het was om buiten je comfortzone te zijn maar dat dat voor iedereen geldt. Want bij aankomst merkte ik ook dat veel mensen die er waren elkaar kende en dat het best spannend was dat wij er ook waren. Ik bleef hangen op die stap het onbekende in. Hoe veel we van 12 jarigen verwachten en hoe moeilijk we het zelf vinden en toen bleef ik iets langer staan. Recalcitrant, even zelf stil staan en niet omdat de gong ging en toen even omkijken. En nog eens en toen eens aan mijn even recalcitrante vriendin gevraagd of zij ook een spierwit konijn op de kwelder zag zitten. Hij schoot weg, maar hij was er wel. Bizar, en we hebben elkaar denk ik 3 keer gevraagd of de ander het beest ook gezien had. Ondertussen hoorde ik dat er in Noord-Groningen een aantal witte hazen voorkomen maar stiekem weet ik dat dat beest er voor mij liep. Het is tijd. Uit de comfortzone, down the rabbithole.........