maandag 20 maart 2017

Plaats: Cafe in de Openbare Bibliotheek Groningen

"Hé, Hoe gaat het?"

"Ik ben wel druk. Moet leren en een paper schrijven en ik had misschien niet moeten stappen gisteren. Ik concentreer me gewoon fucking slecht vandaag."

"Wil je een Ritalinnetje?"

"Het lukt denk ik wel met koffie, dank je."

vrijdag 17 maart 2017

Koffie, nee dank je!




Ik dronk zojuist een kopje espresso. Nee, ik dronk er zelfs twee. Ze smaakten heerlijk. Ik genoot ervan. Ik genoot van de geur van de gemalen koffie toen ik mijn blik Illy openschroefde. Ik genoot van het geluid van mijn espressoapparaat en zelfs van het gladde hout en het gewicht van mijn tamper in mijn hand. Mijn kopjes espresso waren een ervaring voor al mijn zintuigen.

Het waren ook stiekeme kopjes koffie. Het is vastentijd en ik heb dit jaar besloten de koffie te laten staan. Ik deed dit al eerder en vond het toen een waardevolle ervaring. Dit jaar was het een beetje gemakzuchtige keuze. Mijn leven is vrij chaotisch op het moment. Vooral door goede dingen gelukkig maar daardoor vond ik het heel lastig om te bepalen hoe ik ging vasten. Koffie is zo’n prominente steunpilaar van mijn dagelijks leven  dat ik dit in ieder geval ging merken. En het is eenduidig genoeg om er niet te veel over na te denken.  Wil je koffie? Nee. Redelijk makkelijk toch?

Ik dronk sinds aswoensdag op 1 maart twee keer eerder koffie op een vastendag. Een keer op bezoek bij mijn schoonmoeder in het verpleeghuis die, stralend van blijdschap dat we er waren, koffie ging halen zodra ze ons zag. Dementie maakt haar leven al verwarrend genoeg daar hoef ik niet nog meer verwarring aan toe te voegen. (Marieke die om 11 uur ’s ochtends thee drinkt is echt heel verwarrend). De tweede keer vroeg ik thee, kreeg ik koffie en dronk ik hem op. (Marieke die om 11 uur ’s ochtends thee drinkt is ècht heel verwarrend).

Maar vandaag zette ik hemzelf. Koos ik bewust om te doen wat ik me had voorgenomen niet te doen. Vandaag (en gisteren) was ik ook erg bezig met de vraag: Waarom doe ik dit? Wat brengt vasten me? Waarom maak ik het mezelf zo moeilijk? Waarom vast een mens? Traditioneel is het een periode van bezinning op je geloof. Een onthouding van luxe om solidariteit te tonen met mensen die minder hebben. Een voorbereiding op het licht van Pasen. Een periode om aan je zelf te werken. Los te laten wat je niet meer nodig hebt.

Waarom drink ik geen koffie in de veertigdagentijd? Ik geloof dat het beetje van allemaal is. Ik ben dol op koffie. Echt heel erg dol op koffie. Koffie is een van de fundamenten waarop mijn dagelijkse leven rust. Dus het is interessant en uitdagend om te kijken of ik zonder kan en het is ook verhelderend om je te realiseren hoe vanzelfsprekend dingen kunnen worden die eigenlijk heel belangrijk voor je zijn. Koffie is belangrijk voor me. Een van de dingen die ik me nu realiseer is dat het ook een van de fundamenten van mijn sociale leven is. Spreek ik met vrienden af is dat meestal onder het mom: Tijd om koffie te drinken?  Bakkie doen? Hé, zin in koffie? Of varianten op dit thema. Maar soms slok ik hem weg zonder te proeven. Of neem er nog een zonder me af te vragen of ik zin heb. En ik geniet zeker niet dagelijks zo van mijn kopje als ik dat net deed.

Dat maakt vasten waardevol voor mij. Stilstaan bij de dingen die vanzelfsprekend lijken maar dat natuurlijk niet zijn. Morgen heb ik een afspraak in het midden van het land. Om 10 uur. Ik ga om kwart over 7 het huis verlaten en ik drink geen koffie. Maar zondag, zondag poets ik eerst mijn espressoapparaat glimmend op en als ik dan de bus opendraai, haal ik even diep adem en dan mag ik weer een kopje. Nog maar 25 vastendagen tot de vanzelfsprekendheid er gewoon weer in sluipt..
En dat mag ook….   

maandag 6 maart 2017

Beste mijnheer Buma,




U zult het ondertussen, zo’n 24 uur na het RTL-debat, wel door hebben hè, dat u de rechten van de vrouw in dit land ietwat rooskleurig samenvatte gisteravond? Ook binnen het CDA lopen er slimme capabele feministische vrouwen rond. Dat weet ik heel zeker, want ik ken er meer dan 1. Minstens een van die vrouwen heeft u gisteren ongetwijfeld geappt, gemaild, gebeld of in de gang bij Carré aangesproken en gezegd: “hé dat moet je niet meer zo doen”. En met een beetje geluk deed uw eigen vrouw het nog even over. Maar voor de zekerheid, voor het geval dat het gevoel voor harmonie en laten we de boel bij elkaar houden de overhand genomen heeft (het blijft het CDA natuurlijk), zal ik het nog even heel kort uitleggen. Zodat u nooit meer zoiets doms zegt.

Vrouwen hebben hier nog geen 1000 jaar rechten. Sterker nog, ze hebben dat nog geen 100 jaar. Honderd jaar geleden mocht een vrouw als ik niet stemmen. Maar toen dat in 1928 gewijzigd werd, waren we er nog lang niet. Toen mijn oma in 1946 trouwde werd ze op dat moment handelingsonbekwaam. Denk daar eens even diep over na. Een gezonde, jonge, goed opgeleide vrouw (mijn oma was onderwijzeres èn verpleegkundige) die van het ene op het andere moment geen enkele juridische beslissing over haar leven meer mocht nemen zonder toestemming van haar man. Geen bankrekening openen, geen contract tekenen, geen abonnement afsluiten en niet werken.

Natuurlijk zijn de tijden nu anders. Ook de vrouwelijke helft van de bevolking telt nu volwaardig mee. Maar dat uitgerekend de man die gisteren bleef hangen in een ‘alles was vroeger beter’ gevoel, geen kennis van geschiedenis heeft, maakt me zenuwachtig. Ik kan me gewoon zo weinig voorstellen bij iemand die serieus denkt dat we in dit land al 1000 jaar vrouwenrechten hebben. Het getuigt van zo ontzettend weinig respect voor al die vrouwen en mannen die keihard hebben geknokt voor die rechten en voor de vrouwen die zo onder het gebrek aan rechten geleden hebben. En het maakt u hang naar vroeger enger. Het voelt alsof u mij eigenlijk heel graag handelingsonbekwaam wil verklaren.

Het lullige is, dat lijken wel meer mannen te willen. Deze week kwam ik op twee ritten met mijn dochter door de binnenstad van Groningen de volgende situaties tegen. Vrouw van rond de twintig fietst door het Noorderplantsoen. Een groep van een stuk of tien 14/15-jarigen hangt daar rond op de fiets.  Een van de jongens zegt: “hé die griet heeft een fat ass, kom we gaan haar achterna”. Dat deden ze. Zonder dochter was ik er achter aangegaan om te zorgen dat ze veilig was. Ook met hebben we dat nog lang geprobeerd. Maar wat kon die meid fietsen…. Dat doet angst.

Twee dagen later. Meisje loopt door de Oude Kijk in ’t Jat en wordt aan de overkant van de straat gevolgd door een jongen. Ze steekt over, zet haar handen in haar zij en zegt: “En nu moet je stoppen met achter me aan lopen. Ik wil je gewoon niet meer zien. Heb je dat begrepen.” Mijn dochter was zwaar onder de indruk. Gelijk had ze.  Vooral omdat we tegelijkertijd een zwaar naar alcohol ruikende man achter ons hadden fietsen die ruzie bleef zoeken met de vrouw die naast hem fietste. Om alles. Ze sloeg niet af. Dat had ze vermoedelijk jaren eerder moeten doen.

Het gevolg van deze ontmoetingen? Dochter wil nog even niet alleen naar sport en volgend jaar graag meer dan één route naar de middelbare school kennen zodat ze om enge mannen heen kan fietsen. Ze heeft gelijk. Beide is vermoedelijk verstandig. Alle meisjes en vrouwen komen op een gegeven moment vervelende mannen tegen. Soms heel vervelende.

En nog even voor de juiste beeldvorming. Dit waren allemaal Nederlandse mannen. Ik vermoed mannen en jongens met een klein beetje heimwee naar vroeger toen alles eenvoudiger was, net als u. U gedraagt zich hopelijk nooit zo, maar het is een enorme versimpeling van de realiteit van vrouwen in Nederland om te doen alsof de al 1000 jaar vaststaande rechten van vrouwen in Nederland gevaar lopen door islamitische mannen. De realiteit: Vrouwen hebben in Nederland pas een jaar of 50 echt rechten en in de praktijk worden ze nog steeds weleens lastiggevallen door allochtone en autochtone mannen.  En nergens op de wereld hebben vrouwen al 1000 jaar rechten. Ook hier niet. Nooit meer zeggen. Afgesproken?

dinsdag 28 februari 2017

Ready mades

Ik blijf ze vinden in aantekeningenboekjes. Ready mades. Verhalen die gewoon voor mijn ogen te zien en te horen zijn en die ik dan maar op schrijf...... Dit is er eentje. Gevonden in een organische hipster broodjeszaak in Covent Garden, London:

"We are coming together round issues that matter to us, we just don't know what they are yet."

vrijdag 24 februari 2017

Lessen uit de achtbaan....



Ik was deze week met mijn gezin in de Efteling en leerde daar iets over angst. Ik leerde daar al eerder iets over angst. Ik ben namelijk niet bang in zo’n achtbaan. Dat was toen we een jaar of vier geleden voor het eerst als gezin naar de Efteling gingen wel een verrassing. Ik was er van overtuigd dat ik dat wel eng vond. Ik moet zeggen als kind vond ik het wel interessant om dingen niet te durven dus ik had ze gewoon nog nooit geprobeerd. En wat blijkt. Ik vind achtbanen dus gewoon vet leuk. Ik had een angst verzonnen en gecultiveerd.

 Ik gil niet,  maar om zoon te citeren: “Mam lacht altijd heel maniakaal in een achtbaan”. Ik vind het een waanzinnig gaaf gevoel.  En denk nog steeds. Kijk mij nou. Ik doe dit gewoon en vind het nog leuk ook. Het mooie van achtbanen is dat je één beslissing neemt. Ik ga hierin. En dan ben je klaar. Dan overkomt het je en moet je de controle uit handen geven. Er op vertrouwen dat het werkt. In de Efteling makkelijker dan op sommige andere plekken omdat het zo’n ontzettend goed georganiseerd park is. Met een enorme aandacht voor details. In zo’n attractie kloppen altijd alle kleinigheden bij het verhaal dat men wil vertellen en het personeel komt over alsof ze er met plezier werken en enige autonomie hebben in hoe ze hun werk doen. Graadmeters van kwaliteit voor mij. Dus als ik in de Baron 1898 ga zitten en het personeel besluit dat ik goed vast zit en dat alles in orde is dan ga ik redelijk ontspannen de afgrond in.
Dat kan anders. Dinsdag kwam ik een oma tegen die dat heel anders deed. Ik zag haar eerst bij Joris en de Draak waar ze het vertrek platform opstormde om aan haar kleinkinderen te vragen hoeveel ruimte er zat tussen de beugel en hun buik en hun schouders en de beugel. De kinderen zuchtten even en weigerden antwoord te geven. Oma, het komt wel goed. De veiligheidsmedewerker van de Efteling, wiens werk het is om te controleren of de beugels goed vast zitten, wachtte even en hervatte zijn werk. 

Ik en zoon die naast me zat, grinnikte daar even hevig om. Maar een uur later in Baron 1898 was ik er wel klaar mee. Daar kwam ze weer aangevlogen. Hoe lang ben jij, hoe lang ben jij? Weer dwars door de veiligheidscontroles heen. Deze keer middenin het gesprek van de man die de passagiers controleert en de dame die de attractie aanzet. Ik was het zat. Als je het niet veilig vindt, moet je het niet doen en als je het wel doet moet je niet denken dat jij beter kan controleren of alles goed is dan de mensen die daarvoor betaald worden en voor opgeleid zijn.

Ik ergerde me wezenloos. En toen net toen ik op het punt stond in een vrije val onder de grond te schieten realiseerde ik me: Ik doe dit ook. In andere situaties heb ik een dusdanige controledrift dat ik andermans werk ga zitten doen. Zo heb ik laatst aan mijn rijinstructeur uitgelegd dat ik helemaal niet goed gereden had. Gelukkig heb ik een goeie en heeft hij me, nadat hij me eens goed uitgelachen heeft, uitgelegd dat ik hem een kapitaal betaal om me te leren autorijden en dat dat een stuk beter gaat als ik er gewoon op vertrouw dat hij dat kan.

Ik was de les al een beetje aan het leren maar pas dinsdag, met bungelende beentjes in een strak harnas hangend boven Kaatsheuvel, snapte ik echt hoe belachelijk arrogant het is om te denken dat jij er voor nodig bent om alles goed te laten gaan.
En ik dacht aan dit gedicht dat me dierbaar is en besloot: Binnenkort neem ik zangles……