woensdag 10 juli 2013

Something inside so strong



Vorige week woensdag heb ik iets opmerkelijks gedaan, ik heb gezongen. Zonder me al te erg druk te maken over hoe het klonk. Ik heb meer aandacht besteed aan hoe het voelde.
Ik deed vorige week woensdag nog meer opmerkelijks. Ik stapte moederziel alleen in een vliegtuig, bezocht een museum in mijn eentje en liep door mijn absolute lievelingsstad met maar 1 ding op mijn to do lijst. 19.00 Conway Hall, sermon on courage by Brene Brown. En als ik nu terugkijk op die dag springt toch het zingen er boven uit. Ik zing namelijk niet.
Ik vind het lastig toon te houden en dat betekende dat ik bij het zingen op de basisschool altijd beducht moest zijn op de meester. Hij had de neiging door de klas te lopen en bij een onzuiverheid hard op de tafel te slaat en stop te roepen. Ook had hij de neiging met bordenwissers te gooien als iets hem niet aanstond. Zingen was voor mij nooit geheel stressvrij. Ik zong dus niet. Ik heb nooit veel begrepen van alle lyrische commentaren op de prachtige liederen die er in kerkdiensten gezongen worden. Zingen is namelijk niet een activiteit waarin ik me verlies. Er zijn een paar liederen die ik goed genoeg ken om met enige vreugde te zingen. Toen ik zo'n nummer wilde zingen bij de doop van mijn dochter zei de dominee: 'He bah, zo'n simpel jubel geval..”
Au. De angst om te zingen zit diep. Zo diep dat toen ik als student logopedie nodig had voor beginnende stemknobbels ik 10 sessies extra nodig had voor ik de simpele nazingoefeningetjes durfde te doen die de logopedist nodig vond. Als ik mijn mond open deed kwam er gewoon geen geluid uit. De kinderen hebben me, zoals kinderen dat doen over een groot deel van de drempel geholpen. Wij zingen en we doen gek maar muziek op schoot was helaas op een dag dat ik verhinderd was. Wat jammer nu.
En toen vond ik mezelf op de 3e rij in Conway Hall om te luisteren naar de seculiere preek die daar georganiseerd wordt door The School of Life. Schaamteonderzoekster (en persoonlijke held van mij) Brene Brown spreekt over moed. Er liggen orden van diensten op de stoelen.
Met twee hymnes aan de binnenkant. Oké, daar had ik niet op gerekend. Er is een koor ook. Op het moment dat de koordirigent zich tot de zaal richt, zie ik dat ik inde problemen zit. Deze man gaat ook ons dirigeren, met heel veel enthousiasme. En deze man legt uit dat The Choir With No Name een koor is voor mensen die te maken hebben met dakloosheid. Er staan hier dus straks daklozen te zingen, mensen die veel meer excuses hebben om niet te zingen dan ik.
Ik kan niet meedoen. Maar ik heb toch niet helemaal een vliegtuig genomen om hier over moed te horen om nu af te haken? Dan kan ik net zo goed naar huis. Ik besluit te zingen....
De dirigent richt zich tot te zaal met de mededeling dat we eerst ademhalingsoefeningen gaan doen..
Do the biggest yawn you've ever done and sing OEEEEEEEE..
En ik liet het over mee heenkomen en toen zette het koor in:

Something inside so strong
I know that I can make it
Though you’re doing me wrong, so wrong
You thought that my pride was gone
Oh no, there's something inside so strong
Oh oh oh oh oh oh
Something inside so strong

The more you refuse to hear my voice
The louder I will sing


En hoe luider ik zong, hoe meer ik het geloofde:

Brothers and sisters
When they insist we’re just not good enough
Well we know better
Just look ‘em in the eyes and say
We're gonna do it anyway
We're gonna do it anyway
We're gonna do it anyway
We're gonna do it anyway
Because there’s

Something inside so strong


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen