vrijdag 24 februari 2017

Lessen uit de achtbaan....



Ik was deze week met mijn gezin in de Efteling en leerde daar iets over angst. Ik leerde daar al eerder iets over angst. Ik ben namelijk niet bang in zo’n achtbaan. Dat was toen we een jaar of vier geleden voor het eerst als gezin naar de Efteling gingen wel een verrassing. Ik was er van overtuigd dat ik dat wel eng vond. Ik moet zeggen als kind vond ik het wel interessant om dingen niet te durven dus ik had ze gewoon nog nooit geprobeerd. En wat blijkt. Ik vind achtbanen dus gewoon vet leuk. Ik had een angst verzonnen en gecultiveerd.

 Ik gil niet,  maar om zoon te citeren: “Mam lacht altijd heel maniakaal in een achtbaan”. Ik vind het een waanzinnig gaaf gevoel.  En denk nog steeds. Kijk mij nou. Ik doe dit gewoon en vind het nog leuk ook. Het mooie van achtbanen is dat je één beslissing neemt. Ik ga hierin. En dan ben je klaar. Dan overkomt het je en moet je de controle uit handen geven. Er op vertrouwen dat het werkt. In de Efteling makkelijker dan op sommige andere plekken omdat het zo’n ontzettend goed georganiseerd park is. Met een enorme aandacht voor details. In zo’n attractie kloppen altijd alle kleinigheden bij het verhaal dat men wil vertellen en het personeel komt over alsof ze er met plezier werken en enige autonomie hebben in hoe ze hun werk doen. Graadmeters van kwaliteit voor mij. Dus als ik in de Baron 1898 ga zitten en het personeel besluit dat ik goed vast zit en dat alles in orde is dan ga ik redelijk ontspannen de afgrond in.
Dat kan anders. Dinsdag kwam ik een oma tegen die dat heel anders deed. Ik zag haar eerst bij Joris en de Draak waar ze het vertrek platform opstormde om aan haar kleinkinderen te vragen hoeveel ruimte er zat tussen de beugel en hun buik en hun schouders en de beugel. De kinderen zuchtten even en weigerden antwoord te geven. Oma, het komt wel goed. De veiligheidsmedewerker van de Efteling, wiens werk het is om te controleren of de beugels goed vast zitten, wachtte even en hervatte zijn werk. 

Ik en zoon die naast me zat, grinnikte daar even hevig om. Maar een uur later in Baron 1898 was ik er wel klaar mee. Daar kwam ze weer aangevlogen. Hoe lang ben jij, hoe lang ben jij? Weer dwars door de veiligheidscontroles heen. Deze keer middenin het gesprek van de man die de passagiers controleert en de dame die de attractie aanzet. Ik was het zat. Als je het niet veilig vindt, moet je het niet doen en als je het wel doet moet je niet denken dat jij beter kan controleren of alles goed is dan de mensen die daarvoor betaald worden en voor opgeleid zijn.

Ik ergerde me wezenloos. En toen net toen ik op het punt stond in een vrije val onder de grond te schieten realiseerde ik me: Ik doe dit ook. In andere situaties heb ik een dusdanige controledrift dat ik andermans werk ga zitten doen. Zo heb ik laatst aan mijn rijinstructeur uitgelegd dat ik helemaal niet goed gereden had. Gelukkig heb ik een goeie en heeft hij me, nadat hij me eens goed uitgelachen heeft, uitgelegd dat ik hem een kapitaal betaal om me te leren autorijden en dat dat een stuk beter gaat als ik er gewoon op vertrouw dat hij dat kan.

Ik was de les al een beetje aan het leren maar pas dinsdag, met bungelende beentjes in een strak harnas hangend boven Kaatsheuvel, snapte ik echt hoe belachelijk arrogant het is om te denken dat jij er voor nodig bent om alles goed te laten gaan.
En ik dacht aan dit gedicht dat me dierbaar is en besloot: Binnenkort neem ik zangles……

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen